Boezemfibrilleren — ook atriumfibrillatie of AF/VKF genoemd — is een onregelmatige hartslag waarbij de boezems chaotisch samentrekken. Het verhoogt het risico op beroerte aanzienlijk.
Normaal geeft de sinusknoop een regelmatig elektrisch signaal af dat het hart laat samentrekken. Bij boezemfibrilleren sturen de boezems honderden willekeurige signalen per minuut — de boezems "fibrilleren" in plaats van gecoördineerd samen te trekken.
Dit heeft twee gevolgen: de hartslag wordt onregelmatig en minder efficiënt, en er kan bloed achterblijven in de boezems en stollen — wat een beroerte kan veroorzaken.
Sommige patiënten hebben geen enkele klacht — boezemfibrilleren wordt dan toevallig ontdekt bij een routine-ECG.
De belangrijkste behandeling is het voorkomen van beroerte via bloedverdunners zoals warfarine of de nieuwere DOAC's (apixaban, rivaroxaban). Dit is de hoeksteen van de behandeling bij de meeste patiënten.
De cardioloog kiest tussen het herstellen van het normale ritme (cardioversie, ablatie) of het beheersen van de hartfrequentie (medicatie). De keuze hangt af van uw leeftijd, klachten en andere aandoeningen.
📊 Risicoscore: De cardioloog berekent uw beroerterisico via de CHA₂DS₂-VASc score. Op basis hiervan beslist hij of bloedverdunners nodig zijn.
Direct contact, online afspraken en conventie-informatie.